Astma kan op elke leeftijd ontstaan, ook pas bij volwassenen. Wanneer de eerste klachten optreden na ongeveer het 40e levensjaar, spreken we van late onset astma (soms ook wel adult onset astma genoemd).
Bij late onset astma ontstaan de eerste klachten vaak geleidelijk, zoals benauwdheid, piepende ademhaling of hoesten. Deze vorm van astma kan hardnekkiger zijn dan astma die op kinderleeftijd begint en vereist vaak een aangepaste behandeling. Omdat allergieën vaak een kleinere rol spelen, kan het soms moeilijker zijn om de uitlokkende factoren te herkennen. Het is daarom belangrijk om bij het ontstaan van klachten altijd een arts te raadplegen.
Wat zijn kenmerken van late onset astma?
Late onset astma heeft een aantal kenmerken die deze vorm van astma onderscheiden van astma die op jonge leeftijd ontstaat.
-
Begint pas op volwassen leeftijd: de eerste klachten ontstaan vaak pas rond of na het 40e levensjaar.
-
Komt vaker voor bij vrouwen: vrouwen ontwikkelen deze vorm van astma vaker dan mannen.
-
Verschilt van early onset allergische astma: astma die op kinderleeftijd ontstaat gaat vaak samen met allergieën en bijvoorbeeld eczeem. Bij late onset astma spelen allergieën vaak een minder grote rol en kunnen de klachten anders verlopen. Zo kunnen symptomen zoals benauwdheid, hoesten of piepende ademhaling soms hardernekkig zijn of sneller terugkomen.
Wat is de onderliggende oorzaak van late onset astma?
De onderliggende oorzaak bij late onset astma is nog niet helemaal opgehelderd. Meestal zijn patiënten met late onset astma niet-allergisch.
Late onset astma kan ontstaan na een luchtweginfectie, viraal of bijvoorbeeld na een mycoplasma-infectie (ook wel een atypische pneumonie genoemd). Ook kan het ontstaan in relatie met leefstijl, bijvoorbeeld obesitas.
Bij vrouwen kunnen hormonale factoren een rol spelen. Astma kan bijvoorbeeld ontstaan rondom de menopauze. Mogelijk speelt ook luchtvervuiling en/of klimaatveranderingen een rol bij het ontstaan van late onset astma.
Bij patiënten met late-onset astma moet altijd beroepsastma (astma door blootstelling op het werk) worden uitgesloten. Bij oudere patiënten met astma moet ook rekening worden gehouden met overlap met COPD, vooral bij rokers.
Welke behandeling wordt gebruikt bij late onset astma en hoe reageert deze vorm van astma op behandeling?
De behandeling van late onset astma bestaat meestal uit inhalatiemedicatie, zoals ontstekingsremmende inhalatiemedicatie (inhalatiecorticosteroïden) en luchtwegverwijders. Deze medicijnen helpen om de ontsteking in de luchtwegen te verminderen en de luchtwegen te openen, waardoor klachten zoals benauwdheid, hoesten en piepen kunnen afnemen.
Bij late onset astma spelen allergieën vaak een minder grote rol dan bij astma die op kinderleeftijd ontstaat. Daarnaast kan de ontsteking in de luchtwegen soms anders van aard zijn, waardoor de klachten hardnekkiger kunnen zijn. Mensen met late onset astma hebben daarom soms hogere doseringen inhalatiemedicatie nodig of aanvullende behandelingen.
Welke behandeling het meest geschikt is, verschilt per persoon en wordt samen met de arts bepaald. In sommige gevallen kan aanvullend onderzoek nodig zijn om de behandeling zo goed mogelijk af te stemmen.
Welke factoren kunnen een rol spelen bij klachten bij late onset astma?
Bij astma op latere leeftijd kunnen ook andere factoren een rol spelen bij het ontstaan of verergeren van klachten. Dit verschilt per persoon en hoeft niet bij iedereen het geval te zijn. Voorbeelden hiervan zijn prikkels op het werk, hormonale factoren, reflux, overgewicht, problemen in het KNO-gebied zoals chronische bijholteontsteking of neuspoliepen, of bijwerkingen van medicatie.